In navolging van de voorschriften die PQA in 1989 voor ‘Het varken van de hoeve’ opstelde, wordt ook de opspoorbaarheid van het vlees van het biovarken voortgezet tot en met het eindproduct als charcuterie. De opspoorbaarheid eindigt bij het etiket ‘Ardenne BIO’ met het lotnummer.
• Vooraleer de chauffeur het bedrijf verlaat, vult hij het slachtdocument en het transactiedocument in van het opgeladen lot varkens. Dit is de eerste étappe in de opspoorbaarheid van het vlees van het biovarken. In het slachthuis worden de varkens per lot afgeladen en naar afgescheiden boxen gebracht, boxen die voor PQA worden gereserveerd.
• De opspoorbaarheid van de dieren is bij PQA van primordiaal belang voor de label “Biovarken”. De biokarkassen worden aan de hand van 3 nummers geïdentificeerd: het nummer van de producent/ de slachtweek/ het volgnummer van het varken in het slachthuis. Deze nummers worden op de slachtketen aangebracht.
• Vervolgens worden de documenten die de dieren traceren, verder ingevuld. Men noteert de coördinaten van elk karkas op het slachtdocument van de producent: nummering, classificatie, gewicht en bijzonderheden.
• Het transactiedocument wordt ook vervolledigd.
• Tenslotte krijgen de karkassen die afkomstig zijn van biologische landbouw de stempel BIO.
Identificatie van de versnijding in het atelier van PQA
• In 1999 investeerde de vennootschap 60 miljoen in een nieuwe versnijding- en verwerkingsruimte in Malmedy.
• Deze ruime ateliers voldoen zowel aan de Europese normen als aan de strikte HACCP- hygiënenormen. Deze normen leggen het productiecircuit van vlees onder andere een éénrichtingsverkeer op, dit wil zeggen dat de karkassen en de versneden delen zich alleen richting verzending mogen bewegen.
• Dankzij twee uitbreidingen passeren nu elke week 1000 à 1200 varkenskarkassen de revue in Malmedy, 60% ervan wordt in het bedrijf versneden.
• Als de vrachtwagens van het slachthuis terugkeren, worden de slachtdocumenten gecodeerd, zodat men met het etiketteren van de versneden delen en het opstellen van de facturen kan beginnen. De transactiedocumenten worden naar Certisys gefaxt voor administratieve controle.
• Als de karkassen zijn afgeladen, worden ze in de koelruimte geclassificeerd op basis van soort: het biovarken, het varken van de hoeve en het buitengekweekte varken. De koteletten worden geëtiketteerd. Deze gegevens komen exact met de codes van het slachthuis overeen.
• De andere belangrijke delen zoals de hesp, het schouderstuk en het borststuk behouden de code van het slachthuis. Deze belangrijke delen worden van een geel touwtje voorzien om ze op die manier gedurende de ganse keten gemakkelijk te herkennen. Ze worden vervolgens per soort opgehangen aan gescheiden haken. Zo wordt de opspoorbaarheid van het vlees “Biovarken” van PQA tot en met de koeltoonbank van de slager gegarandeerd.
• Voor de bereide vleeswaren en charcuterie is het vlees per lot traceerbaar en wel aan de hand de kleur geel (touwtje, bak, …). Op de uiteindelijke verpakking zorgt de label “BIO” met zijn lotnummer voor de opspoorbaarheid van de producten van PQA.
• De opslag van de bereide vleeswaren gebeurt volgens de techniek van “first in / first out”, en dit dankzij de lotnummers die de producten meekregen.
• Dankzij de lotnummers die vermeld staan op onze producten kunnen wij de opspoorbaarheid van producent tot klant garanderen.

