P.Q.A. was van bij de aanvang van oordeel dat het creëren van een kwaliteitslabel samengaat met een gestructureerde identificatie van de dieren, waarvoor doorgaans de term opspoorbaarheid wordt gebruikt.
Deze werd sedert 1989 uitgewerkt en verwezenlijkt in 4 fases.
Door het identificeren van de boerderij van de fokker :
Op het ogenblik van de erkenning van de fokker, wordt er met PROMAG een plaatsbeschrijving opgemaakt:
- Inrichting
- Inventaris van de varkensstapel (aantal zeugen en gebruikt ras)
- Gebruikte reproductiemethode (dekking of inseminatie met beren van het bedrijf of van een centrum) en het ras van de beren
- Beheersmethode die voor de varkensstapel wordt gebruikt
Elke belangrijke wijziging van deze plaatsbeschrijving moet aan PROMAG meegedeeld worden.
voor meer info over de controle klik op:PROMAG.
Door het identificeren van de loten bij de vetmester :
P.Q.A. was steeds voorstander van een gesloten kring, waarbij de fokker ook de vetmester van de varkens is. Dat is het geval voor 95% van onze producenten. Elke maand stuurt de vetmester ons een identificatiefiche van de loten die worden vetgemest (gewicht, aantalen, herkomst, opmerkingen). Deze gegevens worden beheerd in een bevoorradingsplanning gekoppeld aan een slachtplanning. Elke abnormale tussenkomst in die vetmestingsperiode (maximaal 6 maanden) moet aan PROMAG gemeld worden.
Door het identificeren van de individuele dieren in het slachthuis:
Vlak na het slachten worden de varkenskarkassen geïdentificeerd door middel van 3 afzonderlijke nummers. Het eerste is het erkenningsnummer van de producent. Dat nummer stelt ons in staat de herkomst van de varkens te identificeren en wordt toegekend door PROMAG, dat in het bedrijf gecontroleerd heeft of de voorwaarden van het lastenboek “Porc Fermier” voor de aansluiting werden nageleefd. Het tweede nummer is dat van de slachtweek.
Het derde is het volgnummer op de slachtlijn.
Door het identificeren in versneden producten in de uitsnijderij van Malmedy
Van bij de aankomst van de karkassen in de koelruimtes van onze uitsnijderij, etiketteren wij elk edel stuk met behulp van de 3 nummers die in het slachthuis op het karkas genoteerd werden.
Deze diverse etappes stellen ons in staat elk karkas en elk product te identificeren en zijn opspoorbaarheid te waarborgen, vanaf het versnijden tot in de slagerswinkel.
Toch mag men nooit uit het oog verliezen dat er in elke keten, hoe goed deze ook werd uitgewerkt, problemen kunnen ontstaan (bijvoorbeeld: bedrog bij de behandeling, catastrofaal slachten,...) Ons opspoorbaarheidssysteem heeft in dat opzicht reeds meermaals zijn degelijkheid bewezen. Zodra er een verdenking met betrekking tot een bepaalde producent bestaat of er een probleem is met een stuk vlees of het resultaat van een analyse reden tot bezorgdheid geeft, kunnen wij onmiddellijk de keten volgen om de oorzaak of oorzaken van de problemen te identificeren. Het is reeds gebeurd dat wij een producent uit de labelketen hebben moeten uitsluiten. Wanneer een dergelijk geval zich voordoet, voeren wij de afgekeurde producenten af van onze lijst. Dat verklaart het ontbreken van bepaalde nummers in de lijst.

